zondag 11 november 2012

Skyfall

Zaterdagavond. Bakken met regen. Uitgestorven straten op een lange rij na. Mensen dicht tegen elkaar aangedrukt, om dichterbij de kassa te zijn. Ze willen naar binnen, massaal. Een warm goed plekje in de uitverkochte zaal met hunkerende blik strak vooruit op het grote scherm gericht. Een nieuwe wereld binnentreden en jezelf verliezen in andermans, wel te vertaan mr. Bonds, avonturen. Skyfall.
 
De lichamen en asem doen de temperatuur rijzen. De vochtige jas drukt op je knieën. Bond beweegt door bouwwerken in lichter laaien en je wordt warmer en warmer. Het voelt alsof je er naast staat. Is dit wat de bioscoop je wilt laten ervaren? Een nieuwe vorm van de experience service: warm als het warm op het doek is. Zou dit in de toekomst ook betekenen oog om oog, tand om tand? Met bloedspatten, luchtdruk en nat regenwater!

Innovatie ontstaat uit ideeën. Ideeën om kansen te verkennen en nieuwe ruimte en categorieën te creëren, ook als dit ten koste gaat van oude werelden. Of om problemen in de huidige wereld op te lossen, zoals het warmte-effect tijdens Skyfall. Waarom zijn bioscopen, net als theaters, niet uitgerust met een garderobe? Is dit omdat bij massaconsumptie snelheid centraal staat? Aannames en argumenten over dat verandering niet mogelijk is, is innovatie in de doofpot stoppen.

Bioscopen zouden kunnen werken aan kapstokgelegenheden per zitplaats. Er is aan elke stoel een koord met hanger gekoppeld. Bij binnenkomst kan men hier eventueel de 3D bril voor de voorstelling vanaf halen en de jas aan ophangen. Met een druk op de knop verdwijnt deze in de ruimte boven de stoelen, in het hoge plafond, boven de lichtbundel van de projector. Daarboven zouden er zelfs verschillende services aangeboden kunnen worden: luchtblazers voor reiniging, een coating voor optimale regenbestendigheid en tot slot ontkreuken. Of dit verdienmodel sluitend te krijgen is, staat op dit moment niet centraal. Het is een aanzet om ongemakken te labellen voor verbetering en uit te dagen om dagelijkse situaties niet voor onvoorwaardelijk aan te nemen. Denk bijvoorbeeld aan het beschuit, met een kleine inkeping hoeft deze niet meer kapot te gaan bij het uit de verpakking halen.  

Terug naar nieuwe en oude werelden. Mr. Bond heeft hier in Skyfall ook zo zijn gedachten over bij het ontmoeten van de jonge Q; ‘being young doens’t necessarily mean being innovative’, teleurgesteld zijnde in de gadgets. Gestaag trekt hij zich terug in de oude tijd met zijn Aston Martin DB5 en handelt hij de slotscène af met een ouderwetse dolk in de rug. Toch sluit ook de oude generatie zich steeds meer aan bij de nieuwe digitale wereld; zo heeft de Paus sinds kort een eigen twiteraccount. Welke tweets zou hij vanuit de skyfall twitteren?

donderdag 4 oktober 2012

Technologische Esperanto

Flamboyante geëngageerde Italianen discussiëren luid en heftig over het belang van eco-efficiëntie in de landbouwsector. Voortbouwend op de huidige tendens van meer met minder, vertaalt dit zich naar dezelfde output (economische waard) met minder milieuschade. Ik spreek geen Italiaans en al kon ik het, dan nog zou ik problemen hebben met nuance, specifieke woorden en de humor. Maar vandaag voel ik me niet machteloos, want ik ben wel-equipped.

Achter in de zaal, weggestopt in een houten cabine, zitten twee hooggehakte opgemaakte vrouwen. Een echte Luigi wil zijn punt maken. Ik zie hem druk gebaren en hoor simultaan een zachte vrouwenstem die zijn woorden iets vertraagd in het engels uitspreekt. Een geweldige service om elkaar te verstaan. Maar hoe lang zal het tolkenvak nog bestaan?

Zal het vak ingehaald worden door de huidige technische ontwikkelingen en hiermee dit ambacht overbodig maken? Tegenwoordig is het mogelijk om gewapend met een ipad waar Google translate op draait al een gesprek te voeren in een vreemde taal. Je typt in wat je wilt zeggen, drukt op de luidspreker en de gewenste zin weerklinkt in de ruimte.

Stel je voor dat dit doorontwikkeld wordt en standaard bij o.a. vergaderingen ingezet kan worden. Ik spreek, de machine vertaalt naar de eigen taal en notuleert gelijktijdig tweetalig. Twee vliegen in 1 klap; IT-ontwikkelingen zeggen nu al te kunnen leiden tot een reductie van 50% [1] en geen overhead voor transcriptie en notulen. Dus geen tolken en notulisten, maar machines. Is dit een voorbeeld van waar de trend robotisering ons heenbrengt? Is dit de manier om meer met minder te bereiken? Wordt dit een nieuw voorbeeld van een disruptive innovation?

Om technologische Esperanto mogelijk te maken, ligt er  nog een uitdaging voor artificial intelligence op het gebied van semantiek en beter grammaticaal inzicht.  Zie de volgende uitkomst van een vertaling; “vodka is strong but the meat is rotten" from "the spirit is willing but the flesh is weak" (spirit" may indeed be "vodka", but not when used as an active agent who can be "willing” [1]). Wellicht dat het koppelen van woorden aan onze mimiek en bewegingen een uitkomst biedt. Sensors noteren de lichaamstaal en gebaren, om op te sporen op welke onderdelen er nadruk ligt. Dit kan helpen om de context van een zin beter te begrijpen en dus vertalen. Het gebruik van technologie biedt ook nog andere multifuncitonaliteit opties; je kunt volume aanpassen; iemand harder of zachter laten praten. Eventueel, kun je, net als bij een gehoorapparaat, eventjes de overstelpende hoeveelheid woorden uitzetten. Je laat het systeem dan zelf een samenvatting maken, die je snel laat afspelen alvorens je zelf het woord weer neemt. Een extra feature zou kunnen zijn het kiezen van stemmen, zoals mogelijk bij het gebruik van de TomTom – Vlaams, Limburgs of Rotterdams accent. En vergeet niet, de huidige generatie wordt praktisch geboren met oordopjes, dus een kans om deze ook nuttig in te zetten.


Of we technoligsche esperanto zullen bereiken? Ik denk van wel. Het beroemde innovatiebedrijf AT&T labs, waar o.a. de telefoon is uitgevonden, heeft op dit moment al de AT&T WATSON in gebruik. Een faciliteit waardoor mensen en apparaten op verschillende facetten interacteren.

Toch betekent dit niet dat het leren van talen onzin is.  Het is een prachtige concrete bezigheid en een manier om een nieuwe wereld te openen. Que hace que el agradable aprendizaje de un idioma! Vertaal dit maar in google translate en laat dat dan afspelen.

---
[1] Bron; Hovy, 2009

zondag 24 juni 2012

Urban Beekeeping




Sinds kort probeer ik me wat meer te verdiepen in de wereld van de bij. De bij als brenger van leven in stedelijke omgevingen. De bij in symbiose met de ontwikkeling als stadslandbouw en de roep om groene steden. Vanuit CO3 hebben we het project urban beekeeping omarmd. Dit voeren we uit in opdracht van Beeing, without bees no beeing, in het kader van het jaar van de bij.

Als aanhanger van de biomimicry filosofie -inspiratie uit de natuur om te komen tot innovatieve oplossingen voor huidige problemen - kunnen we veel leren van de bij. Binnen de bijen hiërarchie kent ieder zijn rol en als deze naar behoren wordt uitgevoerd, kan een kolonie groeien en groeien tot honderdduizenden. Om te komen tot deze rollen, zijn de bijen afhankelijk van het voedsel dat ze in de eerste periode als larven tot zich nemen. Het stuifmeel wordt verzameld van verschillende bloemen om het zo sterk mogelijk te maken. Net als bij innovatie, tap je uit verschillende bronnen om het eindproduct zo goed mogelijk te maken. Een van de rollen is de wachtbij. In principe staat deze alleen op wacht en kan de imker honing uit de korf halen en stuifmeel toevoegen. Alleen bij echt gevaar is de wachtbij genoodzaakt over te gaan tot actie wat met de dood wordt bekocht. Een metafoor voor hoe we met innovatie om zouden moeten gaan. Kennis zou vrij de korf in en uit moeten gaan. Het niet willen delen en risico's volledig willen afdichten, zou gezien moeten worden als ongewenst. Ga je over tot zulk soort gedrag, dan is een lang leven onverzekerd. Bijen bieden ook inspiratie om uit één grondstof een veelvuldigheid aan producten te maken; voedsel, zalf, was, antibiotica, alcohol... Doet dit u niet ook deels denken aan de veelzijdigheid van olie?

Bijen in de stad. Hot in New York, dus waarom niet ook in Manhattan aan de Maas? Maar als ik erover begin, sta ik opeens voor bange gezichten. De kunst is echter in het onderscheiden; bijen zijn geen wespen. Een bij komt niet af op je glaasje prik, maar op de stokroos in je tuin. Die stokrozen, die Franse dorpjes zo'n idyllisch gezicht geven. Een bij is niet kwaadaardig, het wil alleen maar voor ons plantjes bevruchten en zorgen voor zijn eigen kolonie. Een bij kan voor eenzelfde rustiek gezoem zorgen als de cicaden in Zuid-Frankrijk. Wat willen we met CO3 bereiken? Bewustzijn over het nut van de bij en het inzicht dat je een steentje BIJ kunt dragen door wat bloemen te planten of een eigen bijenhotel te ontwerpen. Hoe mooi zou het zijn als de stad opfleurt en als dank ons allen beloont met het door de Griekse goden zo gewaardeerde mede.

                                                           ***

PS; voor een prachtig voorbeeld van biomimicry, waar natuur en techniek gecombineerd worden is het onlangs gerealiseerd Gardens by the Bay in Singapore